In verband met de voorbereidingen van de Wet Werken naar Vermogen houden wij u op deze pagina op de hoogte van de vorderingen en Wijzigingen WWB.
Voor meer informatie over de wijzigingen wwb kijk op: http://www.rotterdam.nl/veranderingen_wwb_en_wij_2012
Voor meer informatie kijk op : http://wetwerkennaarvermogen.wordpress.com/
nu ook op: http://www.rotterdam.nl/pdc:bijstandsuitkering
en kijk onder Diverse Documenten naar "Wet Werken naar Vermogen - Wijzigingen WWB"
Nu voor meer informatie over de wijzigingen WWB kijk onder Diverse Documenten - Archief Klantenkrant december Wijzigingen WWB
Toets op het huishoudinkomen
(Alleenstaande) ouders en meerderjarige kinderen die op één adres wonen, krijgen vanaf 2012 samen één bijstandsuitkering.
In de berekening van de uitkering wordt gekeken naar het inkomen en het vermogen van alle gezinsleden. Dat heet de toets op het huishoudinkomen.
Tot 2012 was de gezinsuitkering alleen bestemd voor twee partners (en minderjarige kinderen). In de nieuwe situatie is diezelfde uitkering bestemd voor het gezin mét eventuele inwonende meerderjarige kinderen. Het andere inkomen van gezinsleden wordt van de uitkering afgetrokken. Dit kan grote gevolgen hebben.
Voorbeeld:
Uw 20-jarige, inwonende dochter werkt en verdient 500 euro per maand. U en uw partner hebben samen een bijstandsuitkering van (ongeveer) 1250 euro per maand.
Uw totale gezinsinkomen was dus: 500 (loon dochter) + 1250 (uitkering) = 1750 euro
Uw totale gezinsinkomen is: 500 (loon dochter) + 750 (uitkering) = 1250 euro.
Uitzonderingen
- Meerderjarige, studerende kinderen met een inkomen tot 1023 euro per maand.
- Gezinslid met een AWBZ-indicatie vanaf 10 uur per week, zonder persoonsgebonden budget, die thuis verzorgd wordt door ouder of kind.
- Inkomen uit werk van kinderen van 16 en 17 jaar, tot 827 euro per maand
- Inkomen uit werk van kinderen onder de 16 jaar
- Een Wajonguitkering van een gezinslid
Wet werken naar vermogen naar de Tweede Kamer
Staatssecretaris Paul de Krom wil 'omslag in denken' over mensen met arbeidsbeperking.
Nieuwsbericht | 01-02-2012
Staatssecretaris De Krom wil de kans op werk voor mensen met een arbeidsbeperking vergroten. 'Teveel mensen die kunnen werken, staan nu onnodig langs de kant', stelt De Krom. De Wet werken naar vermogen vraagt volgens staatssecretaris De Krom om een 'fundamentele omslag' in het denken over en omgaan met mensen die een arbeidsbeperking hebben.
Daar ligt een verantwoordelijkheid voor werkgevers, maar ook voor mensen zelf. Iedereen die (gedeeltelijk) kan werken, moet dat ook doen. Alleen zo kan de overheid ook in de toekomst bescherming blijven bieden aan mensen die echt op hulp en ondersteuning zijn aangewezen.
De Wet werken naar vermogen (WWNV), die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd, bevat maatregelen waarmee het voor werkgevers aantrekkelijker wordt om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.
Het wetsvoorstel Wet Werken naar Vermogen kunt u vinden onder Diverse Documenten - Wijzigingen WWB en WWnV.
Eerste kamer akkoord met wijzigingen wwb
21 december 2011
De Eerste Kamer is op 20 december akkoord gegaan met de voorgestelden wijzigingen in de WWB en de WIJ.
Een nipte meerderheid van VVD, CDA, PVV en SGP steunde de plannen van staatssecretaris Paul de Krom met de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren (WIJ). Daardoor komt in de bijstand onder meer een toets op het inkomen van alle gezinsleden, ook van meerderjarige inwonende kinderen (de
toets op het huishoudinkomen).
De Krom kreeg de gevraagde steun nadat hij had toegezegd nog met gemeenten te gaan bekijken of werken meer lonend kan worden voor jongeren die inwonen bij hun ouders met een bijstandsuitkering.
Huishoudtoets in bijstandsuitkering
Berend van Dijk en zijn vrouw Sieta zijn beiden werkloos en zitten nu twee jaar in de bijstand: ze ontvangen een uitkering van de Wet Werk en Bijstand van de gemeente van
€ 1.320 per maand. Dat is het minimum voor gehuwden. De twee kinderen wonen nog thuis: Klaas, 23 jaar en Bea, 28 jaar. Beiden zijn ook werkloos en hebben een alleenstaanden- uitkering van elk € 790 per maand. In totaal komt in het gezin dus € 2.900 per maand binnen.
Berend heeft van de gemeente bericht gekregen dat er een grondige verandering komt in die situatie. De bijstandsuitkering krijgt een zogenaamde huishoudtoets en wordt een gezinsbijstand. Dat houdt in dat alle leden van het gezin één gezamenlijke uitkering krijgen. De huishoudtoets wordt in 1012 ingevoerd. Bert wil weten welke gevolgen deze maatregel voor zijn gezin zal hebben. Hij gaat naar het spreekuur van de vrijwillige hulpverleners.
De spreekuurhouder vertelt dat de Eerste Kamer nog moet beslissen over de wetswijziging. Als deze akkoord gaat dan zal de verandering per 1 januari of 1 juli 2012 ingaan.. Het inkomen van meerderjarige inwonende kinderen wordt volledig verrekend. Kinderbijslag en inkomen van minderjarige kinderen wordt buiten beschouwing gelaten. Voor het gezin van Berend betekent het een enorme achteruitgang: de kinderen zullen hun uitkering verliezen. In plaats van € 2.900 moet het gezin het doen met € 1.320.
Het zal er anders uitzien als Klaas bijvoorbeeld in september gaat studeren. Stel hij krijgt dan studiefinanciering en verdient nog wat bij dan mag hij daarvan een bedrag van maximaal
€ 1.023 houden. Dat bedrag wordt niet verrekend met het gezinsinkomen zodat er in totaal
€ 2.343 in het gezin binnenkomt. Maar als Klaas niet gaat studeren maar een baan vindt en daarmee € 1.400 gaat verdienen dan wordt de gezinsbijstand van € 1.320 beëindigd! Het loon van Klaas is hoger dan de gezinsnorm en dat betekent dat pa, ma en zus door Klaas onderhouden moeten worden.
Berend schrikt geweldig van deze informatie. Hij reageert dat het kabinet op deze manier de kinderen het huis uit jaagt. Als ze zelfstandig gaan wonen dan behouden ze immers hun eigen uitkering of loon. De spreekuurhouder vreest dat veel gezinnen met inwonende meerderjarige kinderen dit als een gedwongen keuze zullen voelen. Het is een onrechtvaardige maatregel bovenop de vele andere verslechteringen die burgers voor de kiezen krijgen. Belangenorganisaties, vakbonden en ook de gemeenten doen daarom een dringend beroep op de Eerste Kamer om de wetswijziging af te wijzen.
Stapeling
Eindelijk meer inzicht in de stapelingseffecten van de bezuinigingen en inkomensmaatregelen.
Tilburg Tilburg heeft door het Nibud onderzoek laten doen naar de inkomenseffecten. Zie de overzichtelijke
samenvatting die deze week door de gemeente naar de Tweede Kamer en staatssecretaris De Krom is gestuurd. Tilburg heeft een noodfonds (€ 750.000) in het leven geroepen om de gevolgen van stapeling te verzachten. Volgende week mag ik meedenken over de bestemming van dat geld. NB. bekijk ook de aflevering van
Zembla als je dat nog niet gedaan hebt!
G32 De
G32 hebben vandaag een
onderzoekrapport gepresenteerd. Daaruit blijkt, dat de grootste effecten zijn te verwachten bij huishoudens met lage inkomens die afhankelijk zijn van een of meerdere uitkeringen, bij huishoudens die te maken hebben met multiproblematiek en bij werkende minima met kinderen die ook gebruik moeten maken van zorg- en welzijnsvoorzieningen. Bij bepaalde huishoudens dreigen inkomensdalingen van tientallen procenten.
Deze foto heb ik 'geleend' van de website van de SP...
Huishoudens die afhankelijk zijn van een uitkering en daarnaast extra zorgkosten hebben, zijn extra kwetsbaar. Zij krijgen te maken met de wijzigingen in de Wajong, WSW, AWBZ, WMO en Jeugdzorg, hogere zorgpremies, met grotere eigen bijdragen, pakketversoberingen en lagere zorgtoeslagen. Ook zijn er stapelingseffecten te verwachten bij werkenden en met name werkende armen. Deze groep krijgt te maken met de bezuiniging op de kinderopvang, hogere premies en eigen risico’s voor de ziektekostenverzekering en met een verlaging van de inkomensnormering tot 110%, waardoor minder gebruik kan worden gemaakt van lokale inkomensondersteunende regelingen.
Naast de inkomenseffecten verwachten de onderzoekers ook gedragseffecten. Aan de ene kant worden mensen gestimuleerd tot het verrichten van betaald werk. Tegelijkertijd zijn andere belangrijke verwachte gedragseffecten het juist stoppen met werken (vooral part-time werk en bijbaantjes van jongeren) of het verhuizen van gezinsleden om zo als gezin geen uitkering te verliezen door de invoering van de huishoudtoets. Ook het verminderd afnemen van (de benodigde) zorg als reactie op hogere eigen bijdragen is een verwacht gedragseffect.
Uitvoering Wet werken naar vermogen
De informatie over wijzigingen van de WWB
- De Tweede Kamer is akkoord met de wijzigingen wat WWB, hetgeen inhoudt dat na akkoord van de Eerste Kamer, per 1 januari 2012 de huishoudinkomentoets van kracht wordt. De stemming in de Eerste Kamer is eind november.
- Er is een overgangstermijn van een ½ jaar voor nieuwe aanvragen. Zie artikel 78S Wet werk en Bijstand 2012 te vinden op http://www.ipsz.nl/wet/WWB2012
- De huishoudinkomenstoets heeft ook zijn doorwerking naar schuldhulpverlening, als er in een huishouden iemand schulden maakt en schuldhulpverlening aanvraagt dan zal al het inkomen in het huishouden hierbij betrokken worden voor het aflossen.
- Is iemand jonger dan 27 jaar en meldt zich bij het UWV voor een uitkering dan is het nu zo dat de jongere eerst 4 weken moet zoeken naar een baan, indien hij/zij dat niet doet dan kan een uitkering worden geweigerd en het blijkt dat dit inhoudt dat voor het huishouden een uitkering wordt gestopt.
- Is iemand ouder dan 27 jaar dan wordt een aanvraag voor een uitkering wel in behandeling genomen.
- Om na te gaan welke WWB-klanten hiermee te maken krijgen, zal gebruik worden gemaakt van gemeentelijke basisadministratie (GBA) en als het mogelijk is ook van andere bestandskoppelingen, via het burgerservicenummer. Het Inlichtelingenbureau faciliteert gemeenten. De commissie bescherming persoonsgegevens (CBP) staat dit onder bepaalde voorwaarden toe.
- Alle klanten van dSZW worden geinformeerd omdat een inkomen dat in huishouden wordt ontvangen mee gaat tellen voor huishoudinkomentoets en de dienst dat niet altijd weet. Het voornemen is om die informatie half december te versturen met informatie aan maatschappelijke organisaties over de gevolgen van de in te toets.
- Het UWV is de beheerder van het elektronisch aanvraagformulier en heeft gemeld dat pas per april 2012 een gewijzigd aanvraagformulier beschikbaar is. Er wordt nu via bestuurlijke interventie geprobeerd om deze opleverdatum te vervroegen. Op gemeentelijk niveau wordt er voor gezorgd dat een juiste uitkering wordt verstrekt.
-
Het verstrekken van bijzondere bijstand is misschien mogelijk, al zal er geen extra geld door het kabinet beschikbaar worden gesteld en dient de gemeente uit de beschikbare middelen te financieren.
Het kabinet is ook bezig met een voorstel tot aanscherping van het fraudebeleid. Wat nu bekend is, is het volgende:
- Een recidivist kan vijf jaar lang worden uitgesloten van een uitkering (bijv. WW). De uitsluitingstermijn voor de WWB is maximaal 3 maanden.
- Het afschrijven van een fraudevordering is niet meer toegestaan. Dit geldt in principe ook voor fraude die ontstaat door te laat opgeven van andere inkomsten om zo een kleine schuld te voldoen.
In het kader van het ontvangen van een bijstanduitkering zal men klanten directer gaan benaderen voor een kort durende klus in het kader van het leveren van een tegenprestatie.
Aan de bij de Sociale Allianties betrokken organisaties,
** KIJK VOOR DE UITGEBREIDE BRIEF ONDER DIVERSE DOCUMENTEN - WET WERKEN NAAR VERMOGEN **
Beste mensen,
Bij de viering van het tienjarig bestaan van de Sociale Alliantie op 23 september 2010 in de Bergkerk te Amersfoort hebben de daar aanwezige groepen en organisaties zichzelf een opdracht tot vernieuwing gegeven.
Naast verzet en verweer staat de anti-armoedebeweging voor de uitdaging om nieuwe wegen te verkennen en om crises om te buigen naar kansen.
Inmiddels staan voorzieningen van de verzorgingsstaat onder druk. Door het beleid van zowel de landelijke als de lokale overheid krijgen vooral de minima de komende jaren te maken met inkomensverliezen.
Landelijke organisaties die deelnemen in de Sociale Alliantie spannen zich in om op landelijk niveau veranderingen te bewerkstelligen en verslechteringen te temperen of tegen te houden. Omdat steeds meer sociaal beleid een lokale aangelegenheid wordt, is het zaak dat lokale groepen zich ook afvragen wat zij kunnen doen om het tij te keren.
In de bijgevoegde brief geven we voorbeelden en suggesties.
Wij verzoeken jullie om de brief te verspreiden onder jullie (lokale) achterban.
Enige spoed is geboden. In veel gemeenten hebben de colleges de kadernota al aangeboden aan de gemeenteraad. Deze moet de komende weken daarover zijn oordeel geven.
Bezuinigen en nog eens bezuinigen is daarom de kernboodschap die momenteel doorklinkt in de meeste voorjaarsnota’s /kadernota’s. Daarmee stelt de gemeenteraad de kaders voor de begroting 2012 en verdere jaren.
Het is van groot belang wat in deze kadernota staat. Hoogste tijd voor lokale anti-armoedegroepen om in het geweer te komen: gebruik de inspraakmogelijkheden voor burgers bij de gemeenteraad.
Nieuwe kansen creëren vraagt anders denken en doen. Dat wordt gevraagd van uitkeringsgerechtigden én van de samenleving als geheel.
Samen kunnen zij ervoor zorgen dat het sociaal stelsel op peil blijft en toch betaalbaar is. Blijf koersen op Nederland Armoedevrij: met vernieuwing, niet met bezuiniging!
Met vriendelijke groet, namens de Sociale Alliantie
Wat vindt de LCR van hoofdlijnennotitie Wet werken naar vermogen?

De doelen die het kabinet wil bereiken met de Wet werken naar vermogen (Wwnv) kan de LCR onderschrijven. De manier waarop het kabinet denkt deze doelen te bereiken, stuit de LCR tegen de borst: de plannen zijn niet realistisch. Er is te weinig budget. Verder wordt er teveel verwacht van werkgevers bij de aanstelling van mensen uit de doelgroep. Dat is in grote lijnen de
eerste schriftelijke reactie van de LCR naar de Tweede Kamer op de Hoofdlijnennotitie Wwnv. Betaald werken, zo meent ook de LCR, is de beste basis voor een goede sociale zekerheid. Voor wie niet op de arbeidsmarkt kan werken, wordt beschut werk aangeboden of een uitkering verstrekt. De wijze waarop de bewindslieden dit doel denken na te streven, stuit op fundamentele bezwaren.
Armoede
De LCR verwacht dat door de Wwnv, in combinatie met de huishoudtoets in de WWB (Wet werk en bijstand), veel meer mensen met armoede te maken krijgen. Oók als zij werken. Omdat niet meer iedereen in aanmerking komt voor een uitkering, zal niet iedereen goede ondersteuning krijgen om alsnog aan betaald werk te komen. De gemeente zal haar (beperkte) re-integratiegeld liever inzetten voor mensen waarmee een uitkeringsbesparing wordt behaald.
Rol cliënten
De LCR mist in het beleid over Wwnv de rol die cliënten zelf kunnen vervullen. Zij moeten er alles aan doen om aan het werk te komen en elk werk, ook onbetaald, aanvaarden. Ondersteuning naar werk wordt alleen geboden als de gemeente die wíll bieden. Er is geen oog voor het uitgangspunt dat cliënten zelf het heft in handen kunnen nemen en daarin willen worden ondersteund.
Wajong ontzien
De LCR wil niet dat jonggehandicapten op dit moment al onder de Wet werken naar vermogen gaan vallen. Ten eerste is de Wajong nog maar heel kort geleden stevig herzien. Op de tweede plaats zijn - zo geeft het kabinet zelf aan - de eerste resultaten positief. Dit is voor de LCR reden om de uitvoering nu met rust te laten en de wet eerst goed te evalueren. Tenslotte is er veel draagvlak vanuit werkgevers en werknemers om deze groep te ondersteunen. Daar moet van worden geprofiteerd.
Te ambitieus
Samengevat vindt de LCR de voorstellen van het kabinet te ambitieus. De financiële taakstelling is veel te groot. Daardoor is het re-integratiebudget veel te laag. Dit komt vooral door de maatregelen rond de WSW die verplichtingen voor de gemeente met zich meebrengt. De LCR vindt dat er eerst in cliënten en werkgevers geïnvesteerd moet worden. Daarna volgen de opbrengsten omdat er minder uitkeringsgeld uitgekeerd hoeft te worden. Tot slot: als er zoveel meer mensen aan het werk moeten, zijn er veel meer arbeidsplaatsen nodig. De LCR vindt de verwachting van het kabinet dat werkgevers zoveel, vaak aangepaste, arbeidsplaatsen ook zullen bieden veel te optimistisch.
Wet werken naar vermogen ontbeert maatschappelijke analyse
De plannen van de overheid om te komen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt worden ingegeven door financiële argumenten en niet door een duidelijk onderliggende maatschappelijke analyse. Het risico is dat de Wet Werken naar Vermogen alleen over geld gaat en niet over mensen. Dit stelde Ray Geerling tijdens het congres ‘Eén regeling aan de onderkant’. Een impressie van een middag bijpraten over de onderkant. De wet Werken naar Vermogen moet de WsW, WWB, WIJ en de Wajong samenvoegen tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Dit is een ingrijpende verandering die absoluut nodig is in het sociale zekerheidsdomein stelt Ray Geerling, zelfstandig adviseur en directeur van de Geerling & Geerlings Groep. Maar de kritische vragen moeten niet uit de weg worden gegaan.
Verleiden
Niet alleen het ontbreken van een vooraf opgestelde maatschappelijke analyse, maar ook het feit dat weinig tot geen aansluiting is met het onderwijs en werkgevers, is een minpunt. Werkgevers worden in de huidige plannen niet genoeg verleid om de doelgroep van de nieuwe wet straks in dienst te nemen. Dit terwijl het toeleiden naar (betaald) werk het uitgangspunt is. Iedereen moet werken naar vermogen. Als je inzetbaar bent voor 40 procent op de arbeidsmarkt, wordt je inkomen voor 40 procent geacht te komen uit werk. De rest wordt aangevuld met een uitkering.
Afroming
Voor de hele doelgroep komen daarnaast dezelfde instrumenten beschikbaar om hen naar werk te begeleiden. Maatwerk lijkt in de nieuwe wet niet meer mogelijk. Geerling ziet hierin een zwak element van de nieuwe regeling. Het kan labeling en selectie in de hand werken. “Stigmatisering zal altijd tegen het individu werken”.
Hij krijgt hierin bijval van wetenschapper Romke van der Veen, hoogleraar Sociologie van de arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ook Van der Veer waarschuwt voor mogelijke selectie en afroming als uitvoerders in de nieuwe wet straks sec worden beoordeeld op de uitstroom van klanten naar werk. Eerst worden de makkelijke gevallen bemiddeld, de moeilijke klanten blijven op het tweede plan. “Maar dit komt voor bij alle organisaties die worden afgerekend op resultaat”, nuanceert Van der Veen.
Of de uitvoering van de nieuwe wet bij 418 de gemeenten moet komen te liggen, daar plaatsen beide stevige kanttekeningen bij. Van der Veen stelt dat decentrale uitvoering de voorkeur heeft, maar dat het niveau van gemeenten te laag is. Geerling pleit voor het tot stand brengen van een dertigtal Shared Service Centra: regionale samenwerkingsverbanden tussen verschillende gemeenten. Er moet afscheid worden genomen van alle eigen systeempjes en werkwijzen. Geerling: “De sociale dienst organiseren in grote settings en niet meer op basis van 200 tot 300 klanten.”
Wel is het van belang dat verantwoordelijkheden goed worden vastgelegd en dat er een gedegen controle komt wil werken in dit soort samenwerkingsverbanden slagen, waarschuwt Van der Veen. Hij refereert aan het Many Hands probleem: “Je werkt in een netwerk. Dit kan ertoe leiden dat mensen zich niet meer verantwoordelijk voelen en zaken worden afgeschoven.”Er moeten inderdaad een beperkt aantal uitvoeringsorganisaties komen, stelt de wetenschapper. Maar wie daar de financiële verantwoordelijkheid voor moet krijgen, daar zit volgens hem de politieke angel.
Sowieso moet goed worden nagedacht over hoe de nieuwe regeling te financieren. Dat de scheiding tussen een W-deel en I-deel met bijbehorende gescheiden geldstromen niet werkt, daar lijkt consensus over te bestaan. Gastspreker Yvonne Bieshaar, directeur van Sociale Dienst Drechtsteden formuleert het zo: “Eén wet, één budget en één uitvoerder. Geef de sociale zekerheid terug aan de samenleving, aan de klant en aan de werkgever.” “Keep it simple”, is haar advies.
2013
Hoe de regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt er uiteindelijk zal uitzien, is nu moeilijk te voorspellen. Er vinden op dit moment onderhandelingen plaats tussen onder meer de VNG en het ministerie van SZW. Het is wachten op het uiteindelijke wetsvoorstel, met daarin de (concept)tekst van de wet. Wel is al duidelijk dat de beoogde invoeringsdatum van 1 januari 2012 niet gehaald zal worden. Naar verwachting zal dit een jaar later worden
FNV: samenvoegen regelingen misstap

Het samenvoegen van sociale regelingen zoals de Wajong, bijstand (wwb) en de werkvoorziening (wsw) in één regeling bespaart geen geld, maar kost de overheid 750 miljoen euro. Dat blijkt uit onderzoek van
bureau Epsilon Research (pdf) in opdracht van de FNV vakcentrale. In eerste instantie leek het alle betrokkenen een goed idee om de uitvoeringstaken van het UWV over te hevelen naar de gemeenten. Het schuiven met Wajongers en andere uitkeringsgerechtigden van loket naar loket zou dan tot het verleden behoren. Maar het onderzoek van de FNV toont aan dat er alleen maar meer regels bijkomen en dat de reïntegratie 35 keer duurder wordt dan nu het geval is. "Gemeenten zullen allemaal apart een uitvoeringsbeleid maken en daarbij opnieuw het wiel moeten uitvinden. Dat leidt tot wel 420 regelingen in plaats van één", zegt de vakcentrale. De FNV wil daarom dat het kabinet het besluit herziet.
Niet gehaald
De onderhandelingen over de wet 'Werken naar Vermogen' tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Rijk verlopen stroef. In februari had de wet er al moeten liggen. De invoeringsdatum 1 januari 2012 wordt dan ook niet gehaald. Het gaat om in totaal meer dan een half miljoen uitkeringsgerechtigden. De groep die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, wordt ontzien, maar de rest moet aan de slag en werken naar vermogen. Het kabinet wil dat de nadruk ligt op participatie in plaats van op inkomensvoorziening. De nieuwe regeling zou een besparing moeten opleveren van 1,8 miljard euro.
Bron: FNV